Reportret

Galerij van gereconstrueerde portretten


Gemaakt: 2012
Gepubliceerd: 2012


Het gereconstrueerde portret van Njinga Mbande

Njinga Mbande

Het Mbundu-volk van Zuidwest-Afrika leefde verdeeld over meerdere gebieden. De familie die heerste over het grotere Ndongo-rijk was de thuisbasis geweest voor Njinga Mbande (*1582–†1663 gt). Ze startte haar politieke loopbaan toen ze deelnam aan een conferentie als gezante voor de zittende ngola (= ‘heerser’) van Ndongo, haar broer. Tijdens deze vredesbesprekingen in 1622 gt onderhandelde ze met de Portugezen, die het land probeerden te veroveren dat zij ten onrechte ‘Angola’ noemden. Bij deze gelegenheid sloot Njinga Mbande een verdrag met de Portugezen en bekeerde zich tot het christendom. Ze werd gedoopt als ‘Dona Ana de Sousa’ naar haar nieuwe peettante, de vrouw van de Portugese gouverneur. Het verdrag werd echter nooit nageleefd en de dood van haar broer plaatste haar in een strijd om de macht over Ndongo. Als zelfbenoemde heerser werd Njinga Mbande een belangrijke tegenstander van de Portugese inspanningen de Angolese binnenlanden te bezetten. Ze sloot bondgenootschappen met zowel de Nederlanders als de opstandige Imbangala bendes en leidde legers naar het gevecht met de Portugezen, soms met succes. In het verloop van de gebeurtenissen kon ze haar plaats in Ndongo niet vasthouden. Gedwongen een andere machtsbasis te vinden, wierp ze het naburige rijk Matamba omver en stelde zichzelf aan als vorst van dat land. Daar voerde ze oorlogen met de omringende staten. Toen de Nederlanders, haar belangrijkste bondgenoot, de regio in 1648 gt verlieten, veranderde ze van aanpak. Njinga Mbande sloot uiteindelijk vrede met Portugal en ze genoot nog van wat rustige jaren voor ze van ouderdom overleed. Hoewel ze tot een symbool van een Afrikaanse vrijheidsstrijd is gemaakte in de moderne tijd, maakte ze nooit bezwaar tegen de massale verscheping van Afrikaanse slaven naar Brazilië. The Portugezen, de Nederlanders, en de Mbundu-staten: ze namen allemaal deel aan de slavenhandel.

Hoe moeten we ons het uiterlijk van Njinga Mbande voorstellen? De Italiaanse missionaris Cavazzi verbleef aan het hof van Njinga Mbande gedurende de laatste drie jaar van haar leven. Hij schreef een uitgebreid (maar bevooroordeeld) verslag over haar verhaal en maakte een paar ingekleurde tekeningen waarin zij voorkomt. Na zijn dood werden zijn geschriften gepubliceerd met gravures die losjes op deze handgemaakte tekeningen waren gebaseerd. Volgens zijn woordelijke verslag was Njinga Mbande een kleine en, naar zijn eigen smaak, lelijke vrouw. Ze had witte merktekens op haar handen, metalen ringen om haar armen en enkels, en ze droeg een halsketting. Haar gezicht was soms versierd met gekleurde cosmetica. Ze droeg een lap stof vanaf haar middel tot aan haar hielen. Op haar hoofd droeg ze vaak een traditionele kitundo (= ‘kroon’), een vier vingers brede band van nsanda-schors dat een typische vrouwendracht was. De tekeningen bevestigen deze beschrijving min of meer. In zijn teksten noemt Cavazzi ook nog een lap stof dat haar borsten bedekte en een andere doek dat ze over haar schouders droeg, naast een volledig Portugese garderobe. De tekeningen geven haar zowel met ontbloot bovenlijf als met haar borsten bedekt weer, maar niet in Portugese kleding. In plaats van de traditionele kitundo tonen de tekeningen Njinga Mbande met een Europese kroon, die in het woordelijke verslag wordt genoemd als een favoriet alternatief. De gravures in de gedrukte versie van Cavazzi's verslag tonen haar met een volledig verzonnen ‘ananasvormige’ kroon. Daarbij verschijnt Njinga Mbande in de handgemaakte tekeningen met voorwerpen die niet in de teksten zijn te vinden: een lange, donkerkleurige, mogelijk Nederlandse (?) pijp, een ceremoniële bijl, een wandelstok, en pijl en boog. Haar kapsel heeft geen duidelijke kenmerken.

Aangezien Cavazzi voor een Europees, christelijk publiek schreef en hij een zowel aanvaardbaar als onderhoudend verhaal moest neerzetten, is het goed mogelijk dat hij in de beschrijving van Njinga Mbande met de waarheid speelde. De Europese kroon, de extra gewaden, en enkele details van de versieringen — parels, zilver, goud, en kleine reliëfs van kruis en kroon — stroken waarschijnlijk niet met haar ware uiterlijk.

Welke stijl was algemeen gangbaar in de tijd van Njinga Mbande? En, nog belangrijker, wat was de inheemse stijl in die tijd in Angola? Traditionele Afrikaanse kunst van beneden de Sahara omvat nauwelijks tweedimensionale afbeeldingen. Ze bestaat vooral uit beelden, maskers, wapens, en ceremoniële voorwerpen. Het is daardoor niet eenvoudig een stijl te bepalen die bij een tweedimensionaal portret past. Zoals Blier aangeeft, zijn er elementen aan te wijzen die, ongeacht de dimensies, de ‘Afrikaanse’ manier van afbeelden kenmerken. Er is een sterke focus op de menselijke figuur, vormen worden vaak meer abstract dan natuurlijk weergegeven, en symmetrie wordt binnen hetzelfde ontwerp vaak vergezeld door asymmetrie. Het zogenaamde ‘Benin brons’ is bijna tweedimensionaal. Dit ‘brons’ is eigenlijk een verzameling messing platen met afbeeldingen in hoog reliëf. Ze werden gedurende de zestiende en zeventiende eeuw gt gemaakt. De Edo-cultuur, die deze platen voortbracht, kan niet zonder meer met de Mbundu-cultuur worden vergeleken, maar de beeldconventies ervan kunnen wel als richtlijn dienen. De menselijke figuren op deze Edo-platen worden steeds in vooraanzicht weergegeven. De hoofden zijn te groot voor de lichamen die erbij horen. De ogen, neus, en mond zijn op hun beurt te groot in vergelijking met het hoofd. Aan de andere kant zijn de ledematen weer relatief kort en de bovenlichamen lijken wat uitgerekt. Grootte volgt belang: belangrijke elementen en mensen met een hoge status werden groter afgebeeld dan minder belangrijke. De voorkomende figuren zijn in reliëf gegoten, maar de afbeeldingen als geheel missen diepte en perspectief. Alle elementen lijken te zweven in een onbepaalde ruimte, omringd door vlakke versieringen. De Edo-platen kennen geen kleurgebruik, in tegenstelling tot enkele andere Afrikaanse kunstvoorwerpen. Met name oudere kunstwerken bevatten één of meer kleuren uit een bepaalde reeks. Deze kleuren zijn zwart, wit, rood, en alle soorten aardetinten, van oker tot bruin.

De volgende details zijn in het gereconstrueerde portret opgenomen. Het uiterlijk van Njinga Mbande werd weergegeven volgens kritisch geselecteerde elementen uit de beschrijvingen van Cavazzi. Ze draagt de kitundo en een lange lap stof rond haar middel. Haar lichaam is opgesierd met cosmetica rondom haar ogen, metalen ringen om haar armen (en enkels, hoewel niet zichtbaar), en een halsketting. Het is niet duidelijk hoe de genoemde ‘witte merktekens’ op haar handen eruit zouden moeten zien. Deze werden als witte lijnen toegevoegd. Ze houdt een ceremoniële bijl en een pijp vast. De bijl is een mengeling van de bijl die in de Cavazzi-tekeningen te zien is en andere traditionele bijlen uit centraal en zuidelijk Afrika. De vorm van de bijl is aangedikt om het belang ervan te benadrukken, omdat het de hoge status van Njinga Mbande aangeeft. De steel is rood gekleurd, omdat het een symbool is van oorlog en macht. De grootte, vorm, en kleur van de pijp stemmen simpelweg overeen met de tekeningen. Het portret als geheel sluit aan bij de beeldconventies van het Benin brons. Het stofontwerp is ervan afgeleid, net als de versieringen van bloemen en de puntenstructuur in de achtergrond. Njinga Mbande is afgebeeld met onbedekte borsten. Cavazzi vermeldt dat Mbundu-vrouwen ernaar neigden hun borsten (“schaamteloos”) bloot te laten en zijn tekeningen laten haar deels op die manier zien. Dit gebruik (of deze beeldconventie?) wordt bevestigd door verschillende voorbeelden van traditionele vrouwfiguren. De structuren in de hoeken van het portret werden ontworpen om iets van symmetrie–asymmetrie toe te voegen: de compositie van de structuren is symmetrisch, de structuren zelf niet. Alle kleuren werden gekozen uit het kleurenschema dat past bij oudere Afrikaanse kunst van beneden de Sahara.


Heeft u een voorstel of opmerking naar aanleiding van deze reconstructie? Elk commentaar is zeer welkom.


Bronnen

  • Giovanni Antonio Cavazzi da Montecuccolo, Missione evangelica nel Regno de Congo (ook bekend als ‘Araldi-handschrift’), Italia: Modena: Famiglia Araldi (1668 gt). Het uiterlijk van Njinga Mbande wordt vermeld in boek II, hoofdstukken 7, 8, 12, en 17. Cavazzi was een Italiaanse Kapucijner missionaris. Hij begon aan dit handschrift in Afrika en voltooide het in Europa. Een bewerking van dit werk werd gepubliceerd in Bologna in 1687 gt onder de titel Istorica Descrizione de tre regni Congo, Matamba ed Angola. het handschrift bevat handgemaakte, gekleurde tekeningen, die als inspiratie dienden voor de gravures in de gedrukte uitgave. Ezio Bassani publiceerde de tekeningen in 1987 gt, in Quaderni Poro, nr. 4. De afbeeldingen van Njinga Mbande zijn waarschijnlijk niet bedoeld als echte portretten, omdat de tekeningen haar veel te jong voorstellen: ze was minstens 76 jaar oud toen Cavazzi haar voor het eerst ontmoette. Hoewel het aandoenlijke tekeningen zijn, was Cavazzi geen talentvolle tekenaar en bekeek hij haar door Europese ogen. De tekst van boek II is een bevooroordeeld verslag dat vooral de vermeende overgang van Njinga Mbande van een brute wilde in een goed christen behandelt. Cavazzi is erg negatief over Afrikaanse cultuur. John Thornton maakte een Engelse vertaling van Deel A van het handschrift, dat hij op de website van het African American Studies Program aan de Boston University publiceerde.
  • Suzanne Preston Blier, ‘Africa, Art, and History: An Introduction’ in: Monica Blackmun Visonà (et al.) A History of Art in Africa (London 2000 gt) 14–23.
  • Het zogenaamde ‘Benin brons bestaat uit duizenden messing platen uit de Edo-cultuur. Ze zijn uit een paleis in het historische Benin (nu in Nigeria) weggenomen en verspreid over musea in Europa en Amerika. Enkele mooie voorbeelden van deze Edo-platen:
    • Plaat met krijger en begeleiders, usa: New York: The Metropolitan Museum of Art, 1990.332 (Nigeria 16e–17e eeuw gt).
    • Plaat met gezeten heerser, twee knielende begeleiders, en twee Europeanen, Great Britain: London: The British Museum, aoa 1898 0115.23 (Nigeria 16e eeuw gt).
    • Plaat met heerser te paard en begeleiders, Deutschland: Berlin: Staatliche Museen zu Berlin: Ethnologisches Museum, III C 8056 (Nigeria 16e–17e eeuw gt).
  • Voorbeelden van beelden in de traditionele Sub-Saharische kunst die vrouwfiguren voorstellen:

Alternatieven voor ‘Njinga Mbande’: Ginga / Gingha / Gingua / Jinga / Njingha / Nzinga / Nzingha / Nxinga / Nxingha / Singa / Zhinga / Zinga / Zingha / ZinguaAmbande / MbandiAna / Ann / Annade Sousa / de Souza.

Actieve ingrediënten: xhtml 1.0, css 2.1, kiss, metadata, ©