Reportret

Galerij van gereconstrueerde portretten


Gemaakt: 2003
Gepubliceerd: 2003


Het gereconstrueerde portret van Attila de Hun

Attila de Hun

De Hunnen waren nomaden die vanuit de steppen van Centraal-Azië in de vierde eeuw gt Oost-Europa waren binnengetrokken. Daarvoor hadden de Hunnen al enkele eeuwen lang de noordgrens van China geteisterd (daar bekend als Hunnu of Xiongnu). Zij waren sterk verwant aan ‘Altaïsche’ ruitervolken als de Scythen, Sarmaten, en Alanen — die hen voorgingen — en de Bulgaren, Avaren, Chasaren, Magyaren, Turken, en Mongolen — die allemaal ná de Hunnen een rol van betekenis op de grens van Europa en Azië zouden spelen. In 434 gt volgde Attila de Hun (*406–†453 gt) zijn oom op als khan (= ‘leider’) van de horde der Hunnen, samen met zijn broer. In 445 gt werd Attila alleenheerser door deze broer om te brengen. Het territorium van de Hunnen, met Pannonië aan de Donau als uitvalsbasis, had geen vaste grenzen en Attila de Hun regeerde het niet als een staat. Hij werd berucht als plunderaar bij verschillende Germaanse volken en hij leende zijn troepen — boogschutters te paard — als huurlingenleger aan het Westromeinse Rijk, in ruil voor goud. Door afpersing kon hij nog meer goud innen bij de Oostromeinse keizer in Constantinopel. Toen Attila de Hun ook in Gallië aan het plunderen sloeg, brachten de Romeinen en Visigoten hem met vereende krachten een nederlaag toe, op de ‘Catalaunische’ velden bij het huidige Châlons-en-Champagne. Een korte strooptocht door Noord-Italië was zijn laatste bedreiging voor Rome. Attila de Hun stierf een jaar later door een overdosis alcohol in combinatie met een neusbloeding.

Hoe moeten we ons het uiterlijk van Attila de Hun voorstellen? Priskos was een tijdgenoot die als gezant van het Oostromeinse Rijk naar het voornaamste tentenkamp van de Hunnen reisde. Daar maakte hij persoonlijk kennis met Attila de Hun. Helaas zijn alleen fragmenten van zijn getuigenis bewaard gebleven. Gelukkig kon de Ostrogotische geschiedschrijver Jordanes in de zesde eeuw gt de geschriften van (onder anderen) Priskos nog raadplegen om ons een beschrijving van Attila de Hun te geven. Jordanes beschrijft hem als een kleine maar brede man, met een groot hoofd, kleine ogen, een deels grijze, dunne baard, een platte neus, en een gebruinde huid. Priskos zelf meldt nog dat Attila de Hun relatief sober gekleed ging. Hoe die kleding er uitzag, kan alleen worden afgeleid van afbeeldingen van Scythen, omdat contemporaine afbeeldingen van Hunnen niet (meer) bestaan. Contemporaine schrijvers duiden de Hunnen vaak aan met “Scythen”, vooral omdat de Hunnen het voormalige Scythische gebied bewoonden, maar wellicht ook omdat zij op de Scythen leken. Het is aannemelijk dat de Scythen en Hunnen, wat betreft cultuur en uiterlijk, niet veel van elkaar verschilden. Het uiterlijk van de Scythen (die zichzelf Skoloti noemden; bij de Perzen ook bekend als Saka; bij de Grieken als Skuthai) is duidelijk afgebeeld op een Griekse pronkkam, twee Grieks–Scythische bekers, en een Grieks–Scythische sierplaat. Als we van deze afbeeldingen mogen uitgaan, droeg Attila de Hun een gemakkelijke, lange broek, zachte rijlaarzen, een hemd met lange mouwen dat aan de voorzijde kruiselings gesloten werd, een gordel, en een puntige muts. Het hemd en de broek waren versierd met regelmatige, geometrische patronen. Attila de Hun kon zich wapenen, zoals de Scythen, met een boog en pijlen in een koker aan zijn gordel, een kort zwaard, een schild, en een werpspeer. Ten slotte moet hij lang haar en een lange baard hebben gedragen, gelijk aan de Scythische mode.

Welke stijl was algemeen gangbaar in de tijd van Attila de Hun? Er zijn maar weinig kunstvoorwerpen gevonden die rechtstreeks of onbetwist van de Hunnen afkomstig zijn — zeker geen afbeeldingen van mensen, laat staan portretten. De erfenis van de Scythen is veelal door Grieken gemaakt of beïvloed. In de kunst van latere Euraziatische steppenvolken is weer de invloed van de Arabische, Perzische, Indiase, of Chinese beeldcultuur herkenbaar. De zogenaamde ‘dierstijl’ is wèl een inheemse, voor de Euraziatische nomaden kenmerkende stijl, maar deze biedt weinig houvast, omdat — dat mag duidelijk zijn — vrijwel uitsluitend dieren in deze stijl werden uitgebeeld. De stijl bestaat uit gekrulde en decoratieve vormen. Gelukkig zijn in het Altaïgebergte in Zuid-Siberië stukken textiel in deze stijl ontdekt die óók afbeeldingen van mensen bevatten. Deze grafgiften — onder andere vilten zadeldekken en tapijten — worden toegeschreven aan de (naar de vindplaats genoemde) Pazyryk-cultuur, die weer in verband wordt gebracht met de Scythen. De afbeeldingen kenmerken zich door haast abstracte, soms naïve, gekrulde vormen, effen kleuren (met name oker, rood, en blauw), en lange, gebogen, donkere of lichte lijnen. De figuren worden in zijaanzicht weergegeven, zonder diepte of perspectief.

De volgende details zijn in het gereconstrueerde portret opgenomen. Attila de Hun is afgebeeld op zijn paard, omdat het niet gepast zou zijn de khan van een ruitervolk te voet weer te geven. De kleding, het paardentuig, en de bewapening werden volledig afgeleid van de Scythische voorbeelden op de pronkkam, bekers, en sierplaat. Het gezicht werd getekend naar de beschrijving van Jordanes. Het geheel is vervormd en van kleur voorzien op basis van de stijlkenmerken van de ‘dierstijl’ en Pazyryk-cultuur. Het is haast ondenkbaar dat Attila de Hun ooit met zoveel wapens tegelijk op zijn paard heeft gezeten. Hij maakte eerder een keuze of vertrouwde zijn wapens toe aan een wapendrager. Maar door hem hiermee uit te beelden wordt iets duidelijk van de kracht die uitging van hem en zijn horde.


Heeft u een voorstel of opmerking naar aanleiding van deze reconstructie? Elk commentaar is zeer welkom. Bent u nieuwsgierig naar hoe dit portret er vandaag zou uitzien, als het had bestaan en als het bewaard was gebleven? Één van de vervalsingen is gebaseerd op deze reconstructie.

Een student aan de Oklahoma Christian University in Oklahoma City (vs) stelde in maart 2005 voor dat de Hunnen tot de eerste gebruikers van de stijgbeugel behoorden. In zijn visie behoorde het portret van Attila de Hun een stijgbeugel te bevatten. Het idee dat de Hunnen de stijgbeugel ontwikkelden of zelfs maar kenden is echter speculatief en omstreden. Het eerste degelijke bewijs voor gebruik van de stijgbeugel stamt uit het China van de 4e eeuw gt. Tegen die tijd hadden de Hunnen al lang die regio verlaten, dus konden zij de uitvinding nauwelijks van de Chinezen hebben overgenomen. Als ze de stijgbeugel zelf hadden uitgevonden, dan zouden de Romeinen — die hen ofwel inhuurden danwel bevochten — dit geweldige instrument zeker hebben opgemerkt. Dat is niet gebeurd. Er zijn geen aanwijzingen voor algemeen gebruik van de stijgbeugel in Europa tot de 8e eeuw gt. Reden te meer vast te stellen dat de stijgbeugel in het portret van Attila de Hun een anachronisme zou zijn.


Bronnen

  • Priskos (ook bekend als ‘Priscus’) schreef een verslag van zijn bezoek aan het hof van de Hunnen (448 gt), als onderdeel van een achtdelig geschiedkundig werk, dat inmiddels grotendeels verloren is gegaan.
  • Jordanes, De Origine Actibusque Getarum (551 gt). Jordanes (een Ostrogoot) stelde zijn werk over de Goten, dat ook de Hunnen behandelt, samen door de geschriften van andere geschiedschrijvers, met name Cassiodorus en Priskos, samen te vatten of te raadplegen. De passage over Attila de Hun staat in hoofdstuk XXXV.
  • Griekse pronkkam, Rossija: Sankt-Peterburg: The State Hermitage Museum, DN 1913 1/1 (430–390 vgt). De gouden kam toont een ruiter, twee krijgers, en een gesneuveld paard in reliëf. De figuren zijn op de Scythische manier gekleed en bewapend, maar de helm en het harnas van de ruiter en het harnas van één van de krijgers zijn typisch Grieks. De kam werd waarschijnlijk in een Griekse werkplaats gemaakt in opdracht van een Scythische klant en werd in de Oekraïne, aan de Dnjepr, opgegraven uit de Solokha-kurgan.
  • Twee Grieks–Scythische bekers:
    • Grieks–Scythische beker, Rossija: Sankt-Peterburg: The State Hermitage Museum, DO 1911 1/11 (4e eeuw vgt). De vergulde, zilveren, kogelvormige beker toont verschillende zittende en geknielde Scythen in reliëf en werd in Rusland, bij Voronezh aan de Don, opgegraven uit Chastye-kurgan 3.
    • Grieks–Scythische beker, Rossija: Sankt-Peterburg: The State Hermitage Museum, KO 11 (400–350 vgt). De gouden, kogelvormige beker toont verschillende zittende en geknielde Scythen in reliëf en werd in de Oekraïne, op de Krim, bij Kerch aan de Zee van Azov, opgegraven uit de Kul'Oba-kurgan.
  • Grieks–Scythische sierplaat, Rossija: Sankt-Peterburg: The State Hermitage Museum (4e eeuw vgt). De gouden sierplaat toont een Scythische ruiter in reliëf en werd in de Oekraïne, op de Krim, bij Kerch aan de Zee van Azov, opgegraven uit de Kul'Oba-kurgan.
  • De Euraziatische ‘dierstijl wordt toereikend vertegenwoordigd door vele voorwerpen in de prehistorische afdeling van The State Hermitage Museum in St. Petersburg.
  • Voorbeelden van grafgiften uit de Pazyryk-cultuur:
    • Zadeldek, Rossija: Sankt-Peterburg: The State Hermitage Museum, 1295/150 (Altaj 5e eeuw vgt). Het zadeldek bestaat uit rode, blauwe, en okerkleurige vilt, leer, en paardenhaar. Het bevat een symmetrische voorstelling van een bok en een griffioen die met elkaar vechten. Het werd in Rusland, in het Zuidsiberische Altaïgebergte, in de vallei van de rivier Bolshoy Ulagan, opgegraven uit kurgan 1 van Pazyryk.
    • Twee fragmenten van een zadeldek (met een eland en griffioen), Rossija: Sankt-Peterburg: The State Hermitage Museum, 1684/326 + 1684/325 (Altaj 5e eeuw vgt). De fragmenten zijn gemaakt van vilt en werden in Rusland, in het Zuidsiberische Altaïgebergte, in de vallei van de rivier Bolshoy Ulagan, opgegraven uit kurgan 2 van Pazyryk.
    • Wandtapijt, Rossija: Sankt-Peterburg: The State Hermitage Museum, 1687/94 (Altaj 5e–4e eeuw vgt). Het vilten tapijt bevat de voorstelling van meerdere ruiters en enkele tronende vrouwen: één van de zeldzame uitbeeldingen van mensen in de kunst van de Euraziatische nomaden. Het werd in Rusland, in het Zuidsiberische Altaïgebergte, in de vallei van de rivier Bolshoy Ulagan, opgegraven uit kurgan 5 van Pazyryk.

Alternatieven voor ‘Attila’: Atlius / Attala / Atli / Etzel / Ethele.

Actieve ingrediënten: xhtml 1.0, css 2.1, kiss, metadata, ©